©Mohammad Fathollahi via Unsplash
Chinese autobouwers beginnen over de grenzen heen te speuren naar geschikte locaties om auto’s te gaan fabriceren. Vooral Latijns-Amerika en Europa trekken de aandacht van China.
De enorme binnenlandse markt geraakt ook in China stilaan verzadigd. Om te blijven groeien willen Chinese autobouwers ook in Europa gaan produceren. Naast de invoer vanuit China willen ze hun markaandeel dus nu ook gaan vergroten door ter plaatse auto’s te gaan maken. Op die manier zullen ze immers aan de EU-importheffingen voor elektrische modellen ontsnappen.
Reuters meldt dat er op Europese bodem verschillende ‘eigen’ fabrieken komen, maar dat er ook gekeken wordt naar het benutten van de capaciteit van reeds bestaande productiefaciliteiten van Europese merken.
In een rapport van adviesbureau AlixPartners schatten experts dat Chinese autobouwers hun buitenlandse productie de volgende jaren zowat zullen verdrievoudigen. Dat zal volgens hen vooral in Latijns-Amerika en Europa gebeuren. AlixPartners voorspelt met schijnbaar vrij grote zekerheid dat de Chinezen hun productie in het buitenland tegen 2030 bijna zullen verdrievoudigen tot 3,4 miljoen voertuigen.
Stellantis-topman Antonio Filosa gelooft alvast dat Europese autoconstructeurs meer te winnen hebben door samenwerking met de Chinezen. Dat meldt Reuters.
De Chinese auto-industrie lijkt de Europese markt trouwens aan een razend tempo te veroveren. Chinese merken verkochten in maart van dit jaar 149.094 auto’s in Europa, dat waren er 97 procent meer dan in dezelfde maand van 2025. MG was de nummer één met 39.717 wagens, gevolgd door BYD en Chery. De Europese importheffingen ontlopen door er lokaal te gaan produceren, lijkt China dus heel veel geld te zullen opleveren.
©Mohammad Fathollahi via Unsplash - illustratiebeeld van een BYD-fabriek
