© picture alliance / Anadolu | Nicholas Kajoba
De ebola-uitbraak in Congo en Oeganda baart de WHO grote zorgen. "Wij verwachten dat dit een grote uitbraak wordt", zo luidt de waarschuwing van dokter Dick Chamla van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in Trouw.
De recente golf van besmettingen met het ebolavirus in de Democratische Republiek Congo (DRC) en Oeganda baart de Wereldgezondheidsorganisatie grote zorgen. Dat meldt dokter Dick Chamla, programmamanager van een centrum voor noodsituaties van de WHO in de Keniaanse hoofdstad Nairobi, in een interview met Trouw.
De uitbraak betreft de zeldzame Bundibugyo-variant: daarvoor bestaat geen vaccin of gerichte behandeling en alleen de symptomen ervan kunnen worden bestreden. Door het late ontdekken van de uitbraak is het contactonderzoek al bijna onmogelijk geworden. Tot nu toe zijn er ruim duizend gevallen en 263 doden geregistreerd, maar het werkelijke aantal ligt vermoedelijk veel hoger. De WHO schat de sterftekans op 30 tot 50 procent.
Er wordt gevreesd voor een verspreiding naar buurlanden, met name Zuid-Soedan. De uitbraak kan nog erger worden door allerlei factoren, zoals het zwakke zorgsysteem in Congo, de aanhoudende conflicten, een beperkte testcapaciteit en de culturele weerstand bij begrafenisrituelen.
Tien landen in de regio worden voorbereid op mogelijke uitbraken en dat kost handenvol geld. De benodigde financiering van een half miljard dollar is voor bijna de helft toegezegd. De Verenigde Staten mogen zich dan wel hebben teruggetrokken uit de WHO, toch dragen zij ook bij via andere organisaties van de Verenigde Naties. Een mondiale solidariteit is onmisbaar, zo benadrukt WHO-arts Chamla: "Er is een groeiende weerstand tegen internationale samenwerking, maar ziektes kennen geen grenzen."
Picture: © picture alliance / Anadolu | Nicholas Kajoba
